Sfeerleer

WORKSHOP SFEERLEER


Ben je al tijden nieuwsgierig wat sferen om je heen, in je huis en tuin vertellen over jou?

Kom het nu leren. Dit kan als je plannen hebt voor verbouw of restyling van je huis en of tuin. Ik ben Angelique Nossent en Sferologe. Als interieur en tuin-, en landschapsontwerper werk ik inmiddels 30 jaar in het ontwerpvak. Ik heb een eigen methodiek ontwikkeld om jou bewust te maken wat je omgeving en dus je eigen spullen je te zeggen hebben. Aan de hand van 10 dinsdagen om de week met een pauze na 5 lessen leer ik jou anders te gaan kijken naar je woonomgeving. We werken met de volgende 10 sfeerelementen:

DAG 1. LICHT


‘Als alles om ons heen informatie is (en dat is het), en meegevoerd wordt door het licht, kunnen we alles leren lezen.’ (Deze citaten zijn telkens van Angelique Nossent.) 


Licht is elektromagnetische straling in het frequentiebereik dat waarneembaar is met het menselijk oog; soms foutief met inbegrip van infrarood licht, met een iets lagere frequentie, en ultraviolet licht, met een iets hogere frequentie. We gaan samen licht voelen. De lichtkleur en sterkte bepalen jouw stemming meer dan je denkt.



DAG 3. UITSTRALING


‘Wat is uitstraling voor jou? Alle sfeerelementen samen resoneren en geven een beeld en geluid af. Hier stem jij je wel of niet op af.’ 


De hoeveelheid energie (warmte) die een object door straling verliest aan de omgeving. De aarde verliest door uitstraling energie aan het heelal. De grootte van de uitstraling wordt o.a. bepaald door de aanwezigheid van een wolkendek. Uitstraling in de context van de ruimtelijke ordening gaat over hoe komt het straatbeeld, het park, het plein, je woning op je over en wat ervaar je daarbij. Is het prettig of onprettig? 

DAG 2. KLEUR


‘Wat als kleuren niet alleen zichtbaar zijn maar ook energetisch bestaan? Alleen: tot nu denken we dat onzichtbaar zoveel is als niet bestaan.’ 


Wat is kleur? 

Kleur is een eigenschap van licht die wordt bepaald door de verschillende golflengtes waaruit dat licht is samengesteld. Mensen nemen licht waar wanneer elektromagnetische straling met een golflengte tussen 750 en 400 nanometer het oog bereikt. Ook daarbuiten is er echter licht, ook al ziet ons oog dat niet. De samenstelling van golflengtes wordt het spectrum genoemd. In de ruimtelijke ordening is kleur altijd gekoppeld aan vorm en kent het een uitstraling. Dit samen geeft ons een beeld en een gevoel. 

DAG 5. VORM


‘Vorm is door begrenzing of overgang in materiaal zichtbaar. Vorm is er altijd. Zelfs de ruimte tussen de vormen kent vormen.’ 


Vorm kan in verschillende context verschillende betekenissen hebben. In het algemeen is de vorm hoe een voorwerp zintuiglijk (tast, zicht, enzovoorts) op de mens overkomt, bijvoorbeeld cirkel, vierkant, rechthoek, ovaal, driehoek. In de taxonomie van organismen is vorm een hiërarchische rang die onder de soort staat. In de ruimtelijke ordening vinden alle bestaande vormen een plaats, soms zelfs binnen elkaar. 

DAG 4. STIJL


‘Stijl is frequentie van elegantie. Je voelt de aandacht, vakmanschap en zelfs liefde van voorwerpen en plekken. Van dood en levend materiaal.’ 


Stijl is de wijze waarop iemand zich schriftelijk (schrijfstijl) of mondeling (spreekstijl) uitdrukt. Dat kan beknopt of omslachtig zijn, eenvoudig of ingewikkeld, concreet of abstract, arrogant of bescheiden, plat of verheven, objectief of subjectief, formeel of informeel, in spreektaal of in schrijftaal. In de ruimtelijke ordening is stijl de bouwstijl, dus modern, of klassiek etc. 

PAUZE

DAG 6. GELUID


‘Geluid is het eerste sfeerelement dat onzichtbaar is. We realiseren ons door middel van geluid dat er grenzen zijn aan prettig en onprettig geluid. Deze grenzen zijn voor ieder van ons anders’. 


Geluid in engste zin is de hoorbare verandering van de luchtdruk… Geluid kan door mensen of dieren met een gehoororgaan worden waargenomen, wanneer het trommelvlies van het oor in trilling wordt gebracht en het gehoororgaan deze trillingen verwerkt tot signalen die door de hersenen worden geïnterpreteerd. Buiten op straat zijn veel straatgeluiden, vooral van auto’s en brommers. Ook mensen zelf maken geluid. Of we ons hier wel of niet aan storen, hangt van diverse factoren af. 

DAG 7. GEVOEL


‘Onder gevoel versta ik een emotie die door onze zintuigen is opgeroepen. Een emotie is naar buiten, op expressie gericht, en een gevoel is naar binnen gekeerd. ’ 


Gevoel is een innerlijke (positieve of negatieve) beleving van een bepaalde gebeurtenis. Dit kan een specifieke externe prikkel uit de omgeving zijn, maar ook een interne gebeurtenis zoals een gedachte of een beeld dat wij in ons oproepen. Een gevoel kan echter ook 'spontaan' optreden, zoals bij een bepaalde stemming. Gevoel en gedrag horen op straat ook bij elkaar. Kunnen we gedrag sturen door ontwerpen te maken die sturen op beleving? 

DAG 8 ENERGIE

‘Ik ben nieuwsgierig of een ruimte of een 

omgeving met of zonder mensen of dieren jou energie geeft of omgekeerd. Zo hebben veel mensen een favoriete plek aan de eettafel of voor de tv op de bank. Dit is te verklaren door te kijken naar de sfeerkant van dit element. ’ 


Energie is de capaciteit van een systeem om warmte, straling, beweging of materie te produceren. Het is een natuurkundige grootheid die wordt gedefinieerd door de zogeheten Hamilton-vergelijking. Energie wordt ook aangeduid als de mogelijkheid om arbeid te verrichten, of ruimer: de mogelijkheid om een verandering te bewerkstelligen. Voor mij betekent de energie van een plek of je er energie van krijgt of dat het energie wegneemt. 

DAG 9. GEUR


‘Geur is voor mij verbonden met herinneringen ophalen. Als ik iets ruik, komen er verhalen boven, ze staan direct in verbinding met mijn gevoel en ik uit een emotie. Geuren bepalen vele sferen dus 

vele gevoelens.’ 


Geur wordt veroorzaakt door de inwerking op het reukorgaan in de neus door aerosolen of gassen, kleine moleculaire deeltjes die verdampen uit een stof. Mensen en dieren beoordelen geuren met hun reukvermogen en kunnen zo bijvoorbeeld voedsel en gevaren (denk aan vijanden) waarnemen zonder dat deze te zien zijn. Op straat gaat het vooral over hondenpoep en uitlaatgassen. 

DAG 10 KLIMAAT


‘Dit sfeerelement maakt dat de verschillende sferen onder mijn ogen ontstaan. Zo schijnt de zon en zo regent of sneeuwt het. En het effect is dat mijn stemming beïnvloedt wordt. Met klimaat bedoel ik ook ons sociale klimaat. Verdraagzaamheid naast duurzaamheid. ‘ 


Het klimaat is het gemiddelde weer over een bepaalde periode. Een klimaat is niet stabiel, het kan door natuurlijke en menselijke invloeden veranderen. Om het klimaat te bepalen, wordt gekeken naar het gemiddelde over dertig jaar van temperatuur, vocht, luchtdruk, wind, bewolking en neerslag. In de stad merken wij veel van de verandering van het klimaat. We moeten de stad droog zien te houden. Dat kan alleen als er gebieden en tuinen zijn die groen zijn, zodat het regenwater de grond in kan zakken.